<p>Bij wijze van voorbeeld een foto van een groep Nederlandse militairen op een binnenplaats. Voor de duidelijkheid: dit zijn niet de militairen waar Tiny naar zoekt.</p>

Bij wijze van voorbeeld een foto van een groep Nederlandse militairen op een binnenplaats. Voor de duidelijkheid: dit zijn niet de militairen waar Tiny naar zoekt.

(Foto: Stadsarchief Rotterdam)

‘Mama, mogen de soldaten bij ons slapen? Ze zijn zo moe.’

Rotterdam - Dit is een ingezonden stuk van Tiny de Lange-Metselaar (90 jaar). Tijdens de Tweede Wereldoorlog in Rotterdam was ze 9 jaar. Ze herinnert zich nog de vermoeide Brabantse militairen die voor hun huis opgesteld stonden. Haar gezin besloot hun logeerkamer ter beschikking te stellen. Tot grote dank van de militairen. Nu is Tiny op zoek naar deze militairen. Ze wil graag weten hoe het ze vergaan is. “Hoe ouder ik word hoe minder het me loslaat.”

 ”Ik was 9 jaar toen de oorlog uitbrak. Ik werd wakker van het aanhoudende geronk van vliegtuigen. Het was heel vroeg in de morgen en ik hoorde mijn ouders, in de tuin, met de buren praten. Ik begreep niet goed wat er allemaal aan de hand was. Ik ging mijn bed uit en besloot ook maar eens poolshoogte te gaan nemen. Het bleken Duitse vliegtuigen te zijn en mijn ouders hadden het over oorlog.”

“Het eerste wat ik aan mijn ouders vroeg was: Hoef ik nu niet naar school? Het was allemaal zo vreemd en onwerkelijk. We wachtten maar af wat er allemaal ging gebeuren.” 

“In de loop van de dag kwamen er Nederlandse legerwagens parkeren aan de overkant van ons huis. Ik woonde destijds op de Bergsingel. Voor zover ik weet kwamen ze uit Brabant. De militairen die uit de wagens kwamen waren kennelijk doodvermoeid want ze gingen tegen de wagens aan zitten slapen. Ik vond dat heel zielig en vroeg aan mijn moeder of ze niet bij ons op de logeerbedden mochten liggen. Mijn moeder vond het goed en zo lagen er in de oorlogsdagen regelmatig een stuk of 6 militairen bij ons binnen die elkaar steeds afwisselden.” 

“Het was vrijdag 10 mei 1940. De Duitsers waren geland in Rotterdam-Zuid waar al hevige gevechten plaats vonden, maar in Rotterdam-Noord was daar nog niet veel van te merken. Hoe lang de Nederlandse militairen bij ons bleven wisten we toen ook nog niet want zaterdag waren ze er in ieder geval nog.”

“Het was een dag voor Pinksteren (Pinksteren viel op 12 mei, red.). Er kwam een man met een bloemenkar langs die kennelijk nog niet veel had verkocht omdat zijn kar nog volgeladen was. De militairen stoven op de kar af en kochten heel veel bloemen voor mijn moeder, zodat met Pinksteren ons hele huis heerlijk rook.”

“Het was zondag en de militairen hadden van de legerleiding te horen gekregen dat ze op maandag moesten vertrekken. Ze deden er wat geheimzinnig over en mochten niet zeggen waarom en waar naartoe. Wij hebben afscheid genomen en hebben elkaar nooit meer terug gezien.”

“Helaas weet ik niet wat er met die militairen is gebeurd. Ik heb later bij diverse militaire organisaties geïnformeerd, maar niemand die mij duidelijkheid kon verschaffen. Wat ik heel vreemd vond, zoiets moet toch ergens opgetekend staan. Hoe ouder ik word hoe minder het me loslaat. Zijn ze krijgsgevangene geworden of zijn ze misschien alsnog gesneuveld? Misschien dat iemand mij daar alsnog antwoord op kan geven.”

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden