<p>Luchtopname van de Van Oldenbarneveltstraat met het verwoeste gemeente ziekenhuis, huizen en gebouwen als gevolg van het bombardement van 14 mei 1940. Op de voorgrond de Coolsingel ter hoogte van het KLM kantoorgebouwtje en de Amsterdamsche bank, uit het oosten gezien.</p>

Luchtopname van de Van Oldenbarneveltstraat met het verwoeste gemeente ziekenhuis, huizen en gebouwen als gevolg van het bombardement van 14 mei 1940. Op de voorgrond de Coolsingel ter hoogte van het KLM kantoorgebouwtje en de Amsterdamsche bank, uit het oosten gezien.

(Foto: H.A. van Oudgaarden / Stadsarchief Rotterdam)

Bombardement 1940: ‘Nog altijd ben ik bang voor lawaai en harde knallen’

Rotterdam - Dit is een ingezonden bericht van meneer of mevrouw W. Robart over de onuitwisbare herinneringen aan het bombardement van mei 1940, waarbij een groot deel van de Rotterdamse binnenstad werd weggevaagd door Duitse bommenwerpers.

“Nu de meimaand is begonnen, moet ik weer denken aan het bombardement van Rotterdam. Omdat het zo’n enorme impact op mij heeft gehad, ben het nooit vergeten. Hierbij een stukje geschiedenis uit die tijd:

Mijn moeder, vader en mijn baby zusje woonden in de Bergpolderflat bij de Bergselaan, in Blijdorp. Deze flat had negen verdiepingen en een dakterras voor kinderen om daar te kunnen spelen. Het was het op één na hoogste gebouw in Rotterdam, het hoogste gebouw was het Witte Huis. Wij woonden op de 7e verdieping en keken over alle daken zover je kon kijken.

Mijn moeder stond voor het raam met de baby op de arm en ik stond naast haar op een laag stoeltje aan de achterkant van de flat. Mijn vader lag in het ziekenhuis in de stad. Hij was een dag eerder geopereerd. Voor de ramen van de flat vlogen op ooghoogte heel veel grijze vliegtuigen voorbij, richting stad (dat wist ik toen nog niet).

Ik herinner me het gedreun en lawaai van heel veel vliegtuigen, ben tot nu toe altijd bang voor lawaai en harde knallen.

De moffen (Duitsers) hadden de stad gebombardeerd, de flat bewoog zelfs. De ontzetting van mijn moeder heeft diepe indruk op me gemaakt. Toen mijn moeder naar het ziekenhuis ging om naar mijn vader te gaan, werd ze tegengehouden door een mof. Als ze doorliep zou hij schieten (vertelde ze naderhand). 

De volgende dag was mijn vader er weer, weliswaar op een ander adres, bij mijn oma. Ik zie hem nog liggen op een matrasje op de grond. Het ziekenhuis was ook gebombardeerd. Hij en velen anderen moesten daar weg, daar was geen oplossing voor. Later heb ik gehoord dat hij aan een vrachtwagen heeft gehangen om thuis te komen. In oktober overleed hij, dus ik heb geen vader in mijn leven kunnen ervaren.

Gedurende de oorlogsjaren hebben wij in Amersfoort bij vrienden gewoond. Na de oorlog zijn wij weer terug gegaan naar deze flat in Rotterdam.”

door W.Robart

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden