<p>Door permanente lampjes in de bomen bleven de spreeuwen uiteindelijk weg.</p>

Door permanente lampjes in de bomen bleven de spreeuwen uiteindelijk weg.

(Foto: Stadsarchief Rotterdam)

Weet je nog dat al die spreeuwen onze Coolsingel onder kwamen kakken?

Rotterdam - Het was een kleine twintig minuten fietsen, van mijn huis op de Berglustlaan naar de Coolsingel. Via de Straatweg en de Bergweg reed je er vrijwel in één rechte lijn naartoe. Alleen even bij de Schiekade links de hoek om, waar je ter hoogte van de Provenierssingel het Hofplein al zag liggen.

door Cathelijne Beijn

Wie in de jaren tachtig het Hofplein overstak, wist dat het vanaf het Hilton oppassen geblazen was. Het fietspad werd er glibberig en een weeïge geur penetreerde de buitenlucht. Spreeuwenpoep: het klotste er zowat tegen de stoepranden. “Ze zaten er met tienduizenden tegelijk in die grote bomen”, vertelt Koos van Donk, vrijwilliger bij vogelopvang Vogelklas Karel Schot op Zuid. “Als je er een dag je auto had geparkeerd, herkende je ‘m ‘s avonds alleen nog aan het nummerbord. De rest was volledig onder gescheten.” Van het Hilton tot aan de Blaak was het hard doorfietsen om niet geraakt te worden door rondvliegende flatsen. Op sommige plekken was de laag vogelpoep zo dik dat je er met opgetrokken benen doorheen fietste om je schoenen schoon te houden. “Het kabaal dat je bij schemering hoorde kwam van Scandinavische spreeuwen die er ‘s zomers zaten”, vertelt André de Baerdemaeker, voorzitter van het vogelopvangcentrum. “Die Zweden en Noren kwamen hier lekker de boel onder kakken.” Voor de spreeuwen was het Rotterdam van toen stukken veiliger. Slechtvalken en sperwers zijn hun natuurlijke vijanden, maar door pesticiden waren hun aantallen in de jaren tachtig behoorlijk onderuitgegaan. “De vogels vonden in de bomen een veilige slaapplaats. Het zijn sociale dieren die in zwermen leven en hebben een collectief geheugen: de rest zit op de Coolsingel, dus wij gaan ook.” Vanwege de overlast deed de gemeente er alles aan om de spreeuwen te verjagen. “Te beginnen met knalvuurwerk”, vertelt Koos. “Zelfs de brandweer probeerde ze uit de bomen te spuiten. Maar ze bleven komen, met tienduizenden tegelijk.” Op een gegeven moment zijn de grote bomen weggehaald en vervangen door kleinere exemplaren. Ook werden er permanent lichtjes in gehangen. “Dat heeft geholpen.”

Nu fietsen we op de Coolsingel alweer jaren op schone paden. “Je ziet de spreeuwen nog wel scharrelen op de perrons van het station”, zegt André, “en ze zijn opnieuw een zorgenkindje. Op veel plekken verdwijnen ze omdat er overal minder insecten zijn.” De vogels broeden graag onder dakpannen, maar door strakke nieuwbouw zijn er weinig geschikte plekken. “Glas en beton, daar vindt ‘n spreeuw niks aan.”

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden