<p>Monsieur Jacques is terug op zijn oude plek, waar hij al sinds 1959 sto&iuml;cijns over de Coolsingel uitkijkt.</p>

Monsieur Jacques is terug op zijn oude plek, waar hij al sinds 1959 stoïcijns over de Coolsingel uitkijkt.

Exclusief!

Monsieur Jacques over zijn gedwongen vakantie én zijn terugkeer naar de Coolsingel

Rotterdam - Monsieur Jacques is waarschijnlijk de meest geliefde bewoner van de Coolsingel. Al sinds 1959 kijkt het beeld van Oswald Wenckebach minzaam uit over het stadse gekrakeel dat zich voor zijn rechtopstaande neus afspeelt. Tot drie jaar geleden...

door Emile van de velde

Opeens moest hij weg. Op vakantie. Gedwongen ballingschap zou je het zelfs kunnen noemen. Ze gingen klussen voor z’n neus en het was beter een tijdelijk vakantieverblijf te zoeken. Waar hij minder in de weg zou staan.

Drie jaar lang stond Monsieur Jacques in een binnentuin van een wooncomplex in de Tarwewijk. Ver weg van zijn geliefde Coolsingel. Zeker de eerste periode stonden Rotterdammers verbaasd om zich heen te kijken. Monsieur Jacques weg? Gaat het wel goed met hem?

Gelukkig is hij nu weer terug. Hij heeft zich niet van de wijs laten brengen, kijkt nog net zo stoïcijns voor zich uit als altijd. En kan eindelijk eens zélf vertellen hoe het met hem gaat. In een eenmalig exclusief interview.

Hallo Monsieur Jacques. Stoor ik u? Gaat het u goed?

“U stoort in het geheel niet. Het gaat redelijk goed, dank. We zijn gezond, het aller belangrijkste, toch? Hopelijk kunt u hetzelfde zeggen.”


Ja, dank u, met mij gaat het goed. Mag ik Jacques zeggen of wordt u liever met monsieur aangesproken?

“Ach, weet u, het gaat vooral om de juiste toonhoogte. En ik ken de voorliefde van Rotterdammers om niet al te ingewikkeld te doen. Ik laat het aan uw beleefdheid en voorkeur.”

Bent u eigenlijk iemand die erg aan een plek gehecht is?

“Sprekend over de Coolsingel zeg ik ruiterlijk: jazeker! Uitkijkend op de bekendste straat van de stad, het monopolyspel waardig, en indachtig al wat daar ooit is gebeurd kan ik u zeggen: verplaats mij voorlopig maar niet meer.”


Ik vraag het omdat u drie jaar weg bent geweest, was dat moeilijk?

“De vraag stellen is het antwoord geven. ‘Elke verandering is een verslechtering, zelfs een verbetering’, zei de grote dichter J.C. Bloem. Maar eerlijk gezegd dik ik het nu wel wat aan.”

Was het fijn eigenlijk, een tijd weg te zijn. Voelde het als vakantie of meer als een soort gedwongen ballingschap?

“Het was opmerkelijk dat ik tijdens mijn afwezigheid - die het midden hield tussen ballingschap en vakantie - bezoek kreeg van mensen die op de Coolsingel regelmatig een praatje kwamen maken. Het gevoel gemist te worden verschaft een zeker genoegen. En ja, op Zuid, zo heb ik moeten constateren, worden grootse werken verricht. Ga daar beslist eens kijken. Er wonen bovendien heel sympathieke lui.”


En dan het belangrijkste: hoe is het om terug te zijn? Wat vindt u van alle veranderingen op uw vaste boulevard?

“De Coolsingel is inderdaad een fraaie boulevard aan het worden: een aanwinst voor de stad. Ik zeg: aan het worden, want het geplante groen moet nog groeien en uitbotten. Ook moeten de mensen er nog terugkeren, om na de lockdown hier in groten getale te wandelen en te winkelen. Dat er nu fietsers langs racen is even wennen, maar mijn omhooggestoken neus vangt aanmerkelijk meer frisse lucht.”


Wat herinnert u zich van eerdere veranderingen, of van bijzondere gebeurtenissen die zich voor uw neus op straat afspeelden?

“Laat ik niet te nostalgisch worden, maar dat er ooit een kabelbaan over de Coolsingel heeft gelopen... er zijn mensen die dat niet kunnen geloven. En dat het legioen hier heeft gestaan tot zover mijn oog reikte: het waren grootse momenten. En dat meld ik u, tussen ons gezegd en gezwegen, als trouw Spartaan.”


En waar verheugt u zich het meest op nu de straat weer zo opgefrist is?

“Op het flaneren natuurlijk. De hele dag door.”


U wordt wel gezien als een zelfvoldane burgerman met de borst vooruit en de neus omhoog. Wat klopt er van dat vooroordeel?

“Tja, wat zal ik zeggen: achter elke zelfvoldane burgerman schuilt een angstig mannetje. Zo heb ik mezelf óók leren kennen. Maar om dat voor de krant te durven toegeven, dan moet je op leeftijd zijn, en weinig meer te verliezen hebben.”

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden