<p>Fotograaf Paul Martens is bekend van zijn kalenders met panoramabeelden en luchtfoto&rsquo;s van Rotterdam. Foto: Martens Multimedia</p>

Fotograaf Paul Martens is bekend van zijn kalenders met panoramabeelden en luchtfoto’s van Rotterdam. Foto: Martens Multimedia

Paul Martens maakte foto’s van Nelson Mandela, Kofi Annan én (de eerste!) van de Erasmusbrug

Rotterdam - Fotograaf Paul Martens, geboren en getogen in Delfshaven, zit veertig jaar in het vak. Hij is bekend van zijn kalenders met panoramabeelden en luchtfoto’s van Rotterdam. “Ik vlieg bijna iedere week over de stad en het blijft prachtig.” Uit alle jaren als fotograaf heeft hij enorm veel toffe verhalen en anekdotes te vertellen. Zo maakte hij een portretfoto van Nelson Mandela en Kofi Annan in New York. En ging hij op de koffie bij de laatste Elfstedentochtwinnaar ooit. Paul is onze Rotterdammer van de Week.

door Anne Klapmuts

Vertel, een foto van Nelson Mandela en Kofi Annan. Hoe kwam je daar?

“Het begon bij een viering van honderd jaar International Court of Justice in Den Haag. Dit werd georganiseerd door een Rotterdamse partij en daardoor was het een Rotterdams feestje tussen de Haagse kak. Ik raakte aan de praat met twee vrouwen van een vredesgroep en ze vroegen me mee als fotograaf voor een opdracht in Washington. We hebben in de Wereldbank gedineerd en uiteindelijk gingen we naar de veiligheidsraad in New York. Op een gegeven moment stonden Nelson Mandela en Kofi Annan in die zaal waar ze altijd komen na een vergadering. Ik had geen perskaart, maar ik dacht meteen: hier moet ik bij zijn. Ik heb me er doorheen gebluft. Het is de mooiste foto die ik ooit gemaakt heb.”

Hoe ben je in het vak terecht gekomen?

“Door mijn moeder; de camera was het belangrijkst voor haar. Iedere vakantie moesten we op beeld. Ik maakte ook foto’s, maar ik had nog niet het idee dat ik fotograaf wilde worden. Ik was dertien en met hele andere dingen bezig: Deep Purple en Led Zeppelin. Toen ik mijn beroepskeuze moest maken, kon ik tijdens een open avond twee lokalen in: scheepvaart en fotografie. De eerste stond helemaal vol, dus liep ik de andere ruimte maar binnen. Het is dus écht een kop-of-muntverhaal.”

Op welk moment bedacht je ook luchtfoto’s vanuit een vliegtuig te gaan maken?

“Dat was eigenlijk al heel snel. Een vriend van me had een vliegtuig en vloog graag. Hij vroeg me of ik meeging om foto’s te maken. In het begin was dit natuurlijk een jongensachtig avontuur. We gingen foto’s maken voor de krant, bijvoorbeeld van een ongeluk met een tank bij Texel of een kettingbotsing bij Prinsenbeek. Op een gegeven moment werd het steeds meer mijn werk.”

“Ondertussen heb ik echt ontelbare keren boven Rotterdam gevlogen en het blijft mooi. Ik heb twee of drie piloten waarmee ik vlieg en die snappen m’n aanwijzingen precies. Als fotograaf wil je een onmogelijke houding voor een vliegtuig. Het samenspel is belangrijk en we vertrouwen elkaar volledig. We vliegen superwild: het is een achtbaan 3.0. Normaal krijg je daar een enorme emotie van, maar daar heb ik ondertussen geen last meer van.”

Hoe heb je de ontwikkeling van Rotterdam ervaren in de veertig jaar dat je de stad in beeld hebt gebracht?

“De verandering van de stad zie je heel goed terug in de panoramakalenders die ik vanaf 1993 heb gemaakt. Je herkent Rotterdam niet meer terug. Ik begon met namaken van foto’s uit Hongkong en Singapore. Dat was uniek en zo werden mijn beelden ook gebruikt voor de eerste stadspromotiecampagne ‘Wallstreet, dacht het niet’. Met een luchtfoto van het Weena met het oude Centraal Station en het Nationale Nederlanden gebouw.”

“Het was en is mijn drijfveer om de wensen van Rotterdammers uit te voeren. Dat leidde ertoe dat ik de eerste foto van de Erasmusbrug heb gemaakt toen hij nog niet eens helemaal af was. Er stond nog een kraan en een bouwlift voor en niet alle lampen waren geïnstalleerd. De illustrator heeft wel 250 uur gefotoshopt!”

Hoe zie je je toekomst voor je?

“Mijn zoon Vincent is sinds een half jaar bij mij in het bedrijf begonnen en dat is fijn. Het idee dat ik dit bedrijf niet voor niks heb opgebouwd. Ik heb veel investeringen gedaan, er staan door heel Nederland camera’s en timelapse apparaten. En het is ook leuk: we rijden samen in de auto door de havens en dan kletsen we over vroeger. Alles wat ik heb meegemaakt in het vak, plekken waar ik ben geweest. Ik ga voorlopig nog niet stoppen hoor: het werk boeit me nog steeds zoveel. Zolang ik het lichamelijk aan kan, ik de materialen kan tillen en zelf in de masten kan klimmen, blijf ik fotograferen.”

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden