<p>Het kost Martijn moeite een plekje te zoeken voor de foto. In elk geval moet hond Kwast op schoot. (Foto: Pris Tatipikalawan)</p>

Het kost Martijn moeite een plekje te zoeken voor de foto. In elk geval moet hond Kwast op schoot. (Foto: Pris Tatipikalawan)

(Foto: )

Martijn moet het nu zelf gaan doen, zonder zijn ernstig zieke beste vriend: ‘Kut-covid, ik wil bij hem zijn’

Rotterdam - Onrustig loopt Martijn (36) door zijn flatje in de stad. Een plek waar menigeen jaloers op is, maar waar hij zich licht ontheemd voelt. ”Ik had de vrijheid hè…Als ik het ergens zat was, kon ik een ander pand kraken.” Martijn voelt zich slecht. Zijn beste vriend Nathan ligt met kanker in het ziekenhuis en hij mag er niet naartoe. “Door die kut-covid. Ik wil bij hem zijn.”

Martijns jeugd speelt zich af in het boerendorp Maasland, waar hij flink werd gepest. “In de sloot getrapt worden, het pispaaltje zijn. Ik heb lang niet voor mezelf durven opkomen.” Bij zijn ouders voelde hij zich nooit thuis. “Mijn moeder was een hippie en mijn vader een watje.” Toen hij naar het speciaal onderwijs moest, zette hij zich steeds meer af en na de scheiding van zijn ouders kon niets hem meer schelen. “Ik vond het leven in de coffeeshop aangenamer dan daarbuiten.” Hij raakte dakloos en besloot als kraker door het leven te gaan.

“Nathan was het tegenovergestelde van mijn vader. Gingen we een loods binnen. Werden we gepakt en moesten we mee naar het bureau. Diezelfde dag gingen we terug, hebben we het alsnog gekraakt en woonden er een half jaar.” Ook leerde Martijn ‘skippen’, oftewel eten stelen uit de container van de supermarkt. “Soms moest je er een stukje afsnijden en kon je het goed eten.”

Op het moment dat Martijns dochter in 2017 geboren werd, woonde hij in een tuinhuisje. “Ik was nog niet echt vadermateriaal, zeg maar.” Daarop besloot hij hulp te aanvaarden en zelfstandig te wonen.

Martijns hond Kwast is een erfenis uit zijn krakersperiode. “Haar vader had ik ook. Die heette Verf, omdat ik ‘m was tegengekomen in een verffabriek. Hij was echt een moeilijke hond die alles flikte. Erger dan ik nog.”

Geregeld uit Martijn het verdriet om zijn zieke vriend. “Nathan was degene die mij begreep. Nu moet ik volwassen worden en het zelf gaan doen. Ik hoop dat hij naar huis kan, zodat ik hem nog even kan knuffelen.”

Peter van Drunen is begeleider bij de Nico Adriaans Stichting (NAS), die zich inzet voor kwetsbare Rotterdammers. Op deze plek stelt hij ze aan ons voor. 

Rotterdammers met een randje

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden