<p>Vessel 11 in de Wijnhaven. Deze week vaart het schip naar een droogdok in Hellevoetsluis. (Foto: Tomas Mutsaers)</p>

Vessel 11 in de Wijnhaven. Deze week vaart het schip naar een droogdok in Hellevoetsluis. (Foto: Tomas Mutsaers)

(Foto: Tomas Mutsaers)

Lichtschip V11 in winterslaap

Rotterdam - Restaurant en evenementenlocatie Vessel 11 verruilt op 20 november de Wijnhaven in Rotterdam voor een droogdok in Hellevoetsluis. Het lichtschip blijft daar ruim twee weken (tot 7 december) voor onderhoud. Daarna blijven bar en restaurant nog tot begin april gesloten.

door Nynke Vermaat

“Om te overleven moeten we in winterslaap, maar het voelt positief. We hadden ook thuis kunnen zitten en huilen op de bank. In plaats daarvan gaan we iets constructiefs doen”, vertelt Bronte Flecker, samen met Jan Visser eigenaar van V11.

Net als veel andere horeca maakt V11 gebruik van de coronalockdown om onderhoud aan de zaak te doen. Het normale onderhoud is in de eerste lockdown al gedaan, maar voor een schip hoort het er ook bij om eens in de zoveel tijd de bodem te onderhouden, eventueel te repareren en te laten keuren. “Wat dit soort onderhoud zo duur maakt, is dat we ervoor dicht moeten en omzet mislopen. Maar we zijn nu toch al dicht. Dus dit is het slimste om nu te doen.”

Samen roest bikken
Momenteel zijn Bronte, Jan en personeel bezig om alles op het schip op te ruimen of vast te zetten. Op 20 november trekken twee sleepboten het lichtschip naar droogdok Jan Blanken. Een vijf uur durende tocht. “Dat lijkt me heel spannend, maar voor de schippers is dit dagelijkse kost, dus dat stelt me gerust.”

Samen met personeel dat ervoor te porren is gaan Bronte en Jan zelf de romp van het schip slijpen en schilderen, onder begeleiding van een expert. “Op een stalen schip is roest natuurlijk vijand nummer één. Maar we liggen hier in zoet water, dus echte schade verwachten we niet”, legt Bronte uit. “Het staal is wel twintig millimeter dik.”

Zwaar jaar
Vessel 11 heeft, net als alle andere horeca, een zwaar jaar achter de rug. Ze hebben zich constant aangepast aan de nieuwe realiteit. Zo hebben ze een deel van de boot overdekt om binnen meer zitplekken te creëren met anderhalve meter afstand. Ze zijn begonnen met eten bezorgen. En van concerten organiseren zijn ze op zoek gegaan naar andere manieren om mensen uit de (lokale) muziekindustrie een plek te geven om muziek te blijven maken en in contact te brengen met publiek. Zoals livestreams, opnamesessies en buitenconcerten met geluid via koptelefoons.

Bronte: “We gingen het jaar heel goed in, 2019 was ons beste jaar ooit. Maar toen kwam corona. Onze spaarpot heeft ons door de eerste lockdown geholpen. In de zomer hebben we oké gedraaid. Maar we kunnen de vaste kosten en personeelskosten die we nu hebben niet betalen met de inkomsten van het bezorgen en de NOW-regeling. Als we nu niks doen, duurt het niet lang voor we failliet gaan. Maar met deze stap verwachten we in het voorjaar weer volledig open te kunnen.” Bar en restaurant gaan pas in april weer open omdat ze dan (hopelijk) op volle capaciteit kunnen draaien, inclusief terras.

‘Slechts’ een bedrijf
In de tussentijd proberen Bronte en Jan te doen wat ze kunnen. “We willen de muziek gaande houden en muzikanten steunen. Het is tenslotte een lichtschip, bedoeld om mensen te redden.” De vijftien werknemers die een contract hebben, proberen ze tot april te detacheren. Voor sommigen is dat al gelukt, voor anderen zijn ze nog hard op zoek. Zelf gaan Bronte en Jan hun oude cv afstoffen en op zoek naar ander werk, tot hun eigen zaak weer open kan.

“De gedachte die mij met beide benen op de grond heeft gehouden en die alles in perspectief plaatst, is dat het belangrijkste is dat mensen veilig zijn en niet dood gaan”, zegt Bronte. “In mijn omgeving is iedereen gelukkig gezond. We hoeven ons ‘slechts’ zorgen te maken over een boot en een bedrijf.”

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden